Waarom maakt minister geen werk van bescherming poldergraslanden?
De roep naar bescherming van de ecologisch waardevolle graslanden – de historisch permanente graslanden – in de polderstreken dateert al van in de jaren zeventig. Ook de Vlaamse regering is overtuigd van het belang van deze historische polders en heeft meermaals bevestigd dat ze werk wil maken van een effectieve bescherming. De bescherming van de waardevolle graslanden werd in 2009 opgenomen in het Vlaamse regeerakkoord. In de beleidsnota die minister Schauvliege in oktober 2009 voorstelde beloofde ze om tegen september 2010 een lijst van historische graslanden op te maken. Die deadline werd echter niet gehaald. Groen! vraagt morgen (dinsdag 17 mei) in de commissie leefmilieu waarom dit dossier zoveel vertraging opliep.
Hierbij een overzicht van engagementen op het niveau van de Vlaamse regering:
15 juli 2009: Het Vlaams parlement geeft het vertrouwen aan de Vlaamse regering, het regeerakkoord stelt over de poldergraslanden:
“We onderzoeken welke historisch permanente graslanden in de landbouwstreek de Polders een verbeterde bescherming behoeven en op welke wijze dit moet te gebeuren, met het oog op implementatie van de resultaten van dit onderzoek.”
26 oktober 2009: In de beleidsnota van minister Schauvliege werd dit uitgewerkt tot: “Zoals bepaald n.a.v. de besluitvorming van het Wildschadebesluit zal op basis van overleg tussen het Agentschap Natuur en Bos en het Departement Landbouw en Visserij een geactualiseerde kaart van de historisch permanente graslanden opgemaakt worden, en zal een lijst van bijzonder waardevolle historische graslanden voor eind 2009 voor vaststelling aan de Vlaamse regering worden voorgelegd als sluitstuk van de effectieve bescherming van poldergraslanden.”
2 maart 2010: In de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed van 02/03/2010 verduidelijkte minister Joke Schauvliege de timing in een antwoord op een vraag van parlementslid Hostekint: “Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) legt momenteel samen met het INBO de laatste hand aan een geactualiseerde kaart van de historisch permanente graslanden. Daarna zal het ANB volgens de planning in maart 2010, deze maand, met het Departement Landbouw en Visserij overleggen. Op basis daarvan geef ik uitvoering aan de bepaling van het vernieuwde vegetatiebesluit om tegen 1 september 2010, 1 jaar na het in werking treden, een eerste lijst van historisch permanente graslanden in landbouwgebied met landschappelijke waarde te laten vaststellen.”
5 oktober 2010: In de commissie leefmilieu, Natuur, Ruimtelijk Ordening en Onroerend Erfgoed antwoordt minister Schauvliege op een vraag van mijnheer Crombez naar de voortgang terzake: “Mijnheer Crombez, ik kan u geruststellen. Een eerste lijst van historisch permanente graslanden is ondertussen opgemaakt. Er is dus een lijst. Die wordt gedubbelcheckt en gaat dan naar de Vlaamse Regering.” “Ik wil er geen timing op kleven, want als het dan iets later is, stelt u opnieuw een vraag. Ik hoop in ieder geval zo snel mogelijk. Wij werken eraan voort.”
27 oktober 2010: Minister Schauvliege dient haar beleidsbrief 2010 – 2011 in en meldt daarin: “Wat betreft de historisch permanente graslanden, werd in 2010 overlegd met het Departement Landbouw en Visserij. Een voorstel van kaart voor de bijzonder waardevolle historisch permanente graslanden wordt op korte termijn opgemaakt en via een besluit van de Vlaamse Regering vastgesteld.”
15 maart 2011: In een antwoord op een vraag van mijnheer Crombez stelt Minister Joke Schauvliege in de commissie Leefmilieu: “Voorzitter, mijnheer Crombez, het Agentschap voor Natuur en Bos heeft een eerste ontwerpkaart opgemaakt van de historisch permanente graslanden. Mevrouw Rombouts, het gaat over historisch permanente graslanden met een duidelijke aanwezigheid van microreliëf. Dat zijn de graslanden met de code Hpr op de Biologische Waarderingskaart uitgegeven door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Mijnheer Callens, deze kaart is tot stand gekomen in overleg met de afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling van het beleidsdomein Landbouw. Tevens werd er getoetst aan de geregistreerde landbouwpercelen en gebeurde er een grondige aftoetsing op het terrein, met alle actoren. Tevens werd er een ontwerp van afbakeningskaart opgemaakt.”…“Over de ontwerpkaart en het bijhorende besluit met een nota aan de Vlaamse Regering zijn er gesprekken met collega’s van de Vlaamse Regering, in eerste instantie met de minister van Landbouw. Dan zal het dossier op de agenda van de Vlaamse Regering worden gezet.”
Intussen zijn we mei 2011, ruim zeven maanden na de datum die de minister had vooropgesteld en die op zich al negen maanden later was dan de datum die ze in de beleidsnota naar voor had geschoven. Al die tijd werden er voortdurend vragen gesteld over de voortgang van dit dossier. Uit het voorgaande meen ik te mogen besluiten dat het overleg met uw departement niet vlot verloopt hoewel het om de uitvoering van het regeerakkoord gaat.



Neen aan de plannen van het NIRAS om kernafval in de Kempense kleilagen te dumpen! 



