Hormonen bij varkens: meer onderzoek is nodig
Uit het jaarverslag van de hormonencel van de Federale Politie bleek dat er vorig jaar een stijging van het aantal vaststellingen van prednisolon bij varkens was. Opvallend was dat vooral in de Kempen hogere cijfers werden genoteerd.
Een wetenschappelijke verklaring hiervoor is er momenteel niet. Mogelijk is de aanwezigheid van de prednisolone te verklaren door de stress die de varkens ondergaan tijdens het transport naar de slachthuizen.
Om duidelijkheid te krijgen moet er dringend meer (wetenschappelijk) onderzoek komen om die stijging te verklaren.
ACTUELE VRAAG van mevrouw Tine Eerlingen tot de heer Kris Peeters, ministerpresident
van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands
Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over de stijging van het aantal vaststellingen
van illegale groeibevorderende stoffen in de veeteeltsector
ACTUELE VRAAG van de heer Dirk Peeters tot de heer Kris Peeters, ministerpresident
van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands
Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over duidelijke informatie met betrekking tot
hormonen in varkensvlees
De voorzitter: Mevrouw Eerlingen heeft het woord.
Mevrouw Tine Eerlingen: Voorzitter, minister-president, collega’s, de Hormonencel bracht
vorige week haar jaarrapport 2011 uit. Daarin staat iets opmerkelijks te lezen. “Het aantal
niet-conforme vaststellingen in de veeteelt was de voorbije jaren relatief gelijklopend maar
steeg in 2011 uitzonderlijk.” Blijkbaar wordt de aanwezigheid van het groeibevorderend
middel prednisolone vastgesteld in de urine van varkens, wat erop zou wijzen dat er nietlegale
groeistimulerende producten zouden worden gebruikt.
De sector reageert verontwaardigd en zegt dat dit allemaal nog niet is bewezen, want er is
geen duidelijke wetenschappelijke vaststelling hoe dit nu effectief komt. De sector vindt deze
uitspraken voorbarig.
Minister-president, er is heel wat onduidelijkheid. Ik besef dat dit voornamelijk een federale
materie is, maar u bent minister van Landbouw en ik denk dat vele burgers zich zorgen
maken over deze berichtgeving en over wat er later op hun bord zal komen. Daarom wil ik u
vragen of u intussen meer duidelijkheid hebt over de achtergrond waarom er meer nietconforme
vaststellingen worden gedaan en weke rol u hierin als minister van Landbouw kunt
spelen.
De voorzitter: De heer Peeters heeft het woord.
De heer Dirk Peeters: Voorzitter, minister-president, collega’s, ik sluit me aan bij de vraag
van mevrouw Eerlingen. Wat me opviel, is dat de meeste niet-conforme metingen in de
Kempen zijn gebeurd, rond Turnhout. Dat is mijn streek. Dat blijkt uit de kaartjes die je vindt
in het jaarverslag van de Hormonencel. Daarom heeft dit mijn aandacht getrokken en wil ik
hierover een vraag stellen.
De Hormonencel brengt een vaststelling uit. De onmiddellijke reactie van de Boerenbond
daarop is dat de sector wordt beschadigd. Dat is niet waar. Die reactie leek mij in elk geval,
gezien de onduidelijkheid die er bestaat, een beetje voorbarig.
Ik heb het advies opgezocht van het Wetenschappelijk Comité van het Federaal Agentschap
voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV). Ik citeer eruit: “Het Wetenschappelijk
Comité stelt vast dat er geen informatie bestaat in de wetenschappelijke literatuur over de
mogelijke aanwezigheid van prednisoloneresiduen bij varkens.” Dat is volgens mij een
belangrijk element dat alleen maar de onduidelijkheid aantoont, wat mij doet besluiten dat
mogelijk de Boerenbond ook wel erg vroeg was in zijn reactie.
Vlaanderen is bevoegd voor het landbouwbeleid. We hebben een actieplan ter bestrijding van
de crisis in de varkenssector. De meeste varkens leven in Vlaanderen. Ik wil in dit verband
nog niemand met de vinger wijzen.
Minister-president, hoe zult u hiermee omgaan? Hoe zult u duidelijkheid creëren over deze
problematiek en deze vaststellingen? De Hormonencel heeft dit probleem gesignaleerd. We
moeten weten wat er werkelijk aan de hand is.
De voorzitter: Minister-president Peeters heeft het woord.
Minister-president Kris Peeters: Voorzitter, ik wil voor alle duidelijkheid opmerken dat de
Vlaamse land- en tuinbouw voor kwaliteitsvolle producten staat. Onze Vlaamse producten
zijn van zeer hoge kwaliteit. Het moet duidelijk zijn dat dit mijn standpunt als minister van
Landbouw is.
Er zijn regelmatig screenings en er worden regelmatig rapporten opgesteld. Dit is een
belangrijke stimulans om hiervoor garant te staan tegenover iedereen in Vlaanderen, in België
en in de rest van de wereld. We gaan hier absoluut voor.
Ik heb het rapport hier bij me. Het is me deze ochtend bezorgd. In feite gaat het hier om
federale instanties. Dit valt nog altijd onder de federale bevoegdheden. Er wordt melding
gemaakt van het product prednisolone. Ik heb dit rapport aan de bevoegde administratie
gegeven. Ik heb gevraagd het rapport door te nemen en me de conclusies te bezorgen die de
administratie hieruit kan trekken. Het rapport is in de media uitgelekt. We moeten dit rapport
ernstig nemen en zien wat er precies in staat.
Ik heb het rapport ook zelf even doorgenomen. Er staat onder meer dit in: “Er is geen
wetenschappelijke verklaring of prednisolone al dan niet endogeen kan voorkomen en
waarom dit nu plots opduikt.” Iets verder staat het volgende: “De toediening van dit product
op zich is niet verboden, maar het kan enkel in het geval van therapeutische noodzaak.”
Dit moet zo snel mogelijk wetenschappelijk heel duidelijk worden uitgeklaard. Mijn
administratie gaat na welke bijkomende acties hier mogelijk uit voortvloeien. Het
belangrijkste punt is dat we garant blijven staan voor kwaliteitsvolle land- en
tuinbouwproducten. Iedereen moet zich daarachter zetten.
Indien er een wetenschappelijk probleem is, bijvoorbeeld als de aanwezigheid van stoffen
niet meteen kan worden verklaard, moet dit worden uitgeklaard. Ik ga ervan uit dat ik dit,
samen met de administratie, in de loop van de komende weken verder zal kunnen
verduidelijken.
Mevrouw Tine Eerlingen: Ik dank de minister-president voor zijn antwoord. Ik vind het zeer
positief dat hij snel actie zal ondernemen en de mogelijke oorzaak zal zoeken. Op die manier
kan de onduidelijkheid uit de weg worden geruimd. Indien er een probleem zou zijn, zou dit
betekenen dat de hele sector er de gevolgen niet van hoeft te dragen. We moeten duidelijk
stellen dat we dit niet dulden. We willen een kwalitatieve sector. We willen er garant voor
staan dat hier geen verdere problemen uit zullen voortvloeien.
De heer Dirk Peeters: Ik dank de minister-president voor zijn antwoord. Ik ben blij dat hij
wil onderzoeken wat er eigenlijk aan de hand is. Ik hoop evenwel dat hij ook mijn
bezorgdheid deelt. Ik vind de vaststellingen frappant. Hij heeft het rapport bij zich. Hij moet
maar eens naar de bijlage met de kaartjes kijken. Er is een probleem in een bepaalde regio,
namelijk de Kempen. Volgens mij moet het onderzoek zich daarop toespitsen. We moeten
nagaan waarom dit geografisch op bepaalde punten geconcentreerd blijkt te zijn.
Ik hoop dat we hier vrij snel duidelijkheid over kunnen krijgen. We kunnen hier misschien de
afspraak maken dat er een terugkoppeling in de commissie komt. We zouden dan een stand
van zaken van de vordering van het onderzoek kunnen krijgen.
De voorzitter: De heer De Meyer heeft het woord.
De heer Jos De Meyer: Voorzitter, ik ben het eens met het standpunt van de ministerpresident
over de kwaliteit van onze landbouwproducten. De voedselveiligheid en de
transparantie hierover is bijzonder belangrijk. Het is eveneens belangrijk dat de consument
hierover op een wetenschappelijk verantwoorde en onderbouwde wijze wordt geïnformeerd.
Daarom doe ik een oproep aan u om dit effectief te bewaken, en aan de andere kant ook te
bewaken dat de ingevoerde producten op dezelfde wijze worden gescreend als de inlandse.
De voorzitter: De heer Sintobin heeft het woord.
De heer Stefaan Sintobin: Voorzitter, minister-president, het kwaad is natuurlijk geschied
door op basis van verkeerde informatie een sector in moeilijkheden opnieuw in een kwaad
daglicht te stellen. Ik vind het werkelijk totaal verkeerd. Men vergeet erbij te vertellen dat bij
een tegenonderzoek de cijfers al lager waren. Men vergeet erbij te vertellen dat op geen enkel
van de bedrijven een verboden product werd gevonden. Men vergeet erbij te vertellen dat de
substantie waarover sprake aangemaakt wordt door de varkens zelf.
Ik vind het heel vervelend dat bepaalde fracties, door hier de vraag te stellen, eigenlijk
opnieuw de hele sector in vraag stellen. U kunt natuurlijk zeggen dat u dit niet hebt gezegd,
maar ondertussen …
Ik hoop in ieder geval dat ook de media een genuanceerd beeld zullen geven, en dat ze niet
zoals enkele dagen terug automatisch melden dat er een hoger gebruik van hormonen in de
sector bestaat.
De voorzitter: De heer Tommelein heeft het woord.
De heer Bart Tommelein: Voorzitter, dit kwam gisteren in de Senaat al aan bod. We hebben
in de commissie een resolutie goedgekeurd om de strijd tegen de hormonen op een efficiënte
manier aan te vatten. De laatste tijd gebeurt dat steeds meer via internet. De landbouw zelf
heeft er alle baat bij dat de controle en strijd tegen de hormonen correct gebeurt, en uiteraard
met de juiste informatie. De landbouw heeft daar zelf alle belang bij. Alle partijen in de
Senaat hebben zich daarbij aangesloten. We willen de strijd daartegen eensgezind opvoeren.
De voorzitter: Mevrouw Robeyns heeft het woord.
Mevrouw Els Robeyns: Voorzitter, ik vind dat sommige collega’s nogal snel concluderen
dat hier verkeerde informatie wordt gegeven als uit wetenschappelijk onderzoek nog niemand
een verklaring kan detecteren. Ik zou zeker niet durven spreken van verkeerde informatie. Het
is vooral belangrijk dat snel onderzocht wordt wat nu juist de oorzaak is en dat er
duidelijkheid komt. Dat is uiteraard grotendeels federale materie. Het Instituut voor
Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) kan eventueel wetenschappelijke hulp bieden.
Een belangrijk onderdeel van uw beleid en van het Vlaams actieplan, minister-president, is de
exportpositie van de Vlaamse varkenshouderij versterken. Ik kan me voorstellen dat het
kwaliteitsimago van ons product een belangrijke rol speelt voor de exportpositie. De
berichtgeving was nogal negatief. Dat zal wel een rol spelen en het imago van Vlaanderen
beschadigen. Minister-president, is er imagoschade op dit moment?
Minister-president Kris Peeters: Mijnheer De Meyer, we moeten inderdaad heel streng zijn
voor onszelf. We moeten ook streng zijn ten opzichte van producten die we invoeren uit
andere landen. De voedselveiligheid en -kwaliteit moeten daar even streng worden
beoordeeld.
Mijnheer Sintobin, de media hebben het nieuws natuurlijk gebracht zoals het door de media
is gebracht. Er zijn nog heel wat vragen, ook wetenschappelijke. Hoe moeten we de zaken
plaatsen? Zekere nuances zijn hier op hun plaats. Dat moet allemaal worden bekeken. Wat is
precies het probleem? Hoe moeten we dat aanpakken?
Mijnheer Tommelein, het is mooi dat de Senaat de resolutie kamerbreed heeft goedgekeurd.
Het is tot nog toe een federale bevoegdheid. Kunt u ons die resolutie bezorgen?
Mevrouw Robeyns, u hebt gelijk, we hebben al heel wat acties ondernomen om het
varkensvlees en andere producten internationaal als kwaliteitsvol te promoten. We moeten
dat blijven doen. Ik heb momenteel niet de indruk dat ons imago veel schade heeft opgelopen
in het buitenland omdat dit probleem geen direct gevaar levert voor de consument. Ik wil dat
nog eens onderstrepen. Het is van een andere orde. We moeten ons imago wel constant
blijven bewaken en verder uitbouwen op basis van de kwaliteit van onze producten.
Mevrouw Tine Eerlingen: Mijnheer Sintobin, er worden helemaal geen voorbarige
conclusies getrokken. Daarom juist vragen wij naar meer onderzoek en meer verduidelijking.
Het is net het belangrijkste dat er nu duidelijkheid komt. Ik heb begrepen dat de ministerpresident
daaraan werkt.
De heer Dirk Peeters: Opvolging in de commissie verzekerd.
Mijnheer Sintobin, ik heb gezegd dat ik niemand met de vinger wijs en ik heb vastgesteld dat
er wetenschappelijke onduidelijkheid is. Het is in het belang van de sector en de
volksgezondheid dat die duidelijkheid er snel komt. Het is een opdracht voor de
verantwoordelijke minister om dat onderzoek aan te sporen.




Neen aan de plannen van het NIRAS om kernafval in de Kempense kleilagen te dumpen! 

