Vlamingen groener en progressiever dan de meeste politici
Een meerderheid van de Vlamingen wil autovrije centra, wil wonen en werken op fietsafstand, wil veel groen en natuur in hun onmiddellijke omgeving en gaat voor lokaal geproduceerde groene energie. Bijna alle Vlamingen willen de open ruimte en het platteland vrijwaren door niet verder alles vol te bouwen. En de Vlaming vindt ook dat er niet meer kan gebouwd worden in overstromingsgevoelige gebieden. De enquête ‘Ruimte voor Morgen’ leert dat Vlamingen veel groener en progressiever denken dan de meeste van onze politici.
Het is de verdienste van deze enquête dat we nu eindelijk een goed beeld hebben van wat de Vlaming wil. Nu is het aan de politiek om maatregelen uit te werken die tegemoet komen aan hetgeen de bevolking wil. Gelukkig is dat niet zo moeilijk omdat die maatregelen bestaan en elders al met succes worden toegepast.
De Vlaming wil een leefbaardere stad, terecht. En gelukkig, het kan. In de Duitse hoofdstad Berlijn zijn bepaalde druk bewoonde gebieden in steden niet langer toegankelijk voor vrachtwagens, terreinwagens en de meest vervuilende andere auto’s. Dat scheelt een hoop fijn stof, zorgt er dus voor dat mensen beter kunnen ademen en dat er meer ruimte is voor fietsers en voetgangers in de stad. Bij ons in Vlaanderen krijgen die milieuzones geen kans terwijl in heel Europa, in heel de wereld gedurfde beslissingen worden genomen om steden autovrij of autoluw te maken. Denk maar aan de autovrije handelscentra in de meeste Nederlandse binnensteden. In Vlaanderen is zelfs het aanduiden van één enkele winkelwandelstraat een groene revolutie. Echte autovrije centra zijn er nauwelijks, op Gent en Brugge na.
De Vlaming droomt ervan om duurzaam te wonen want hij ziet dat het kan, dat het in het buitenland op veel plaatsen lukt, dat het niet bij dromen blijft. In Europa zijn er al heel wat ecologische wijken in Amsterdam, Culemborg (Nederland), in Londen, Stockholm, Malmö, Kopenhagen, Freiburg. In die steden krijgt openbaar vervoer voorrang op de auto, wordt de straat terug aan een speel- en ontmoetingsplek, worden mensen niet ziek van het fijn stof….
Helaas blijft ook hier de Vlaming op zijn honger zitten. Echt ecologische of duurzame wijken zijn er niet. Er zijn aanzetten, er is een projectgroep, er zijn plannen. Sommige van die plannen zoals voor de Tweewaterswijk in Leuven of de geplande wijk aan de Gasmeterlaan in Gent zien er schitterend uit. Maar in de praktijk staat de Vlaamse regering het toe dat nieuwe woonuitbreidingsgebieden – zelfs overstromingsgebieden – verder volgebouwd worden met klassieke verkavelingen terwijl er nog meer dan 400.000 percelen beschikbaar zijn in de woongebieden.
De Vlaming wil het niet langer aanzien dat er jaar na jaar meer en meer bossen verdwijnen. Minister Schauvliege beheert het boscompensatiefonds van 6 miljoen EUR maar vindt geen gronden om effectief nieuwe bomen te planten. In Denemarken en Ierland lukte dat wel: daar werden de voorbije jaren respectievelijk 16.000 ha en 38.000 ha bossen aangeplant.
De Vlaming moet ook met lede ogen aanzien dat er bij ons steeds meer open ruimte verdwijnt. Door de herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen kan er nog maar eens 7.000 ha industrieterreinen bijkomen terwijl er nog 12.000 ha beschikbaar is en terwijl er nog veel vervuilde terreinen gesaneerd moeten worden.
Tot slot wil de Vlaming werken en winkelen op fietsafstand. Nederland met zijn uitstekend fietspadennetwerk blijft het goede voorbeeld. In Vlaanderen duurt de aanleg van een fietspad vaak meer dan 10 jaar.
Deze Vlaamse regering met de ministers Peeters en Muyters op kop doet steeds uitschijnen dat dromen kan maar veranderen niet. Dat klopt niet. De Vlaming heeft zich duidelijk uitgesproken voor een duurzamer en groener beleid voor onze openbare ruimtes in Vlaanderen. Wat bij onze buren kan, kan ook in Vlaanderen.
Het is de Vlaamse regering die dwaalt en droomt. Zij moet zelf dringend aan de slag.



Neen aan de plannen van het NIRAS om kernafval in de Kempense kleilagen te dumpen! 



