Opmerkingen bij het Plan-Mer E313 tussen Ranst en rotonde Wommelgem

Plan Mer E313

Het Agentschap Wegen en Verkeer onderzoekt de aanpassing van de E313/E34 tussen het knooppunt in Ranst en de Antwerpse Ring in Wommelgem. Momenteel wordt een plan-milieueffectrapport (plan-MER) opgemaakt waarin de effecten van de geplande ontwikkeling op het leefmilieu onderzocht worden. Groen heeft daartoe enkele opmmerkingen en bezwaren ingediend.

De omslag van goederentransport van de vrachtwagen op de trein en schip vinden we een gunstige evolutie die we ondersteunen. Het beleid moet erop gericht zijn minder vrachtverkeer op de weg te brengen en moet preventief en vanuit het voorzorgprincipe opteren om het transport te verduurzamen en dus minder over de weg te organiseren.

In het dossier van de E313 wordt de relatie tussen ruimtelijke ordening en mobiliteit overduidelijk. Om die reden moeten we ons blijven verzetten tegen de komst van de ENA-zone in De Keer. Zelfs zonder bijkomend onderzoek is het al duidelijk dat de komst van de transportzone op die plek de mobiliteitsvraag dermate zal doen stijgen dat de draagkracht van de streek en haar infrastructuur fors wordt overschreden.

We stellen voor om het thans voorgestelde Plan-MER uit te breiden met volgende onderzoeken en facetten die later in het milieueffectenrapport aan bod moeten komen:

1. Overlap planningsinitiatieven

We moeten nu reeds onderzoeken op Plan-MER-niveau of en hoe het bouwen van de R11bis (ondertunnelde Krijgsbaan) een meerwaarde biedt voor het gehele Masterplan. Het is niet omdat bepaalde onderdelen van het Masterplan 2020 geen deel uitmaken van het op te maken RUP voor de Oosterweelverbinding dat ze mekaar niet beïnvloeden of versterken.

We krijgen ook te maken met een overlap aan planningsinitiatieven en daaraan gekoppelde plan-MERs. Denk maar aan de plan-MER voor de Oosterweelverbinding, de plan-MER voor de tweede spoorontsluiting en de E313, de verdere ontwikkeling van de R11bis in combinatie met de tunnel aan de luchthaven en tenslotte de ENA-zone De Keer.

Daarbij komt nog dat er over de bouw van de A102 buiten het tracé niets bekend is en dat de impact van de ENA zone De Keer op het ganse systeem nog niet onderzocht werd.

De ENA-zone heeft wellicht voor de regio dezelfde gevolgen als Uplace in Machelen: een grote infrastructuur die veel automobiliteit en vrachtverkeer aantrekt in een nu al oververzadigde regio.

2. Rotonde Wommelgem

De omvang van de voorgestelde rotonde in Wommelgem is enorm. Conclusie is dat wonen in die omgeving totaal onmogelijk, onleefbaar wordt. In het kader van de gezondheid van de omwonenden moet onderzocht worden wat de impact is van het fijn stof en lawaaihinder en tot op welke afstand nadelige effecten kunnen vastgesteld worden bij de omwonenden.

Binnen deze zone zal moet onteigend worden. Een bijkomend onderzoek moet duidelijkheid verschaffen over de omvang van de noodzakelijke onteigeningen.

Niet alleen de problematiek van onteigening zal spelen in deze zone. Ook het aspect van waardeverlies van woningen en eigendommen in de buurt van deze rotonde is van belang. De ‘getroffen’ woningen en gezinnen hebben recht op de juiste informatie. Dit soort schade en waardeverminderingen worden niet gedekt door iets als planschade maar de schade is er wel degelijk en de schade wordt veroorzaakt door overheidsingrijpen.

3. Fijn stof en lawaaihinder

Niet alleen in Wommelgem speelt deze problematiek. Over het ganse traject tussen Ranst en Borgerhout zal een impact van fijn stof onderzocht moeten worden met een extra klemtoon voor de woongebieden in Wommelgem en Deurne.

Recent schorste de Raad van State een verkavelingsplan voor de Kontichse wijk Groeningen. De Raad volgde het argument uit het milieueffectenrapport van de Vlaamse overheid waarin gesteld werd dat een woonwijk op 300 meter van de E19 onverantwoorde gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Die redenering gaat zeker op voor wonen in de buurt van de E313 die nog drukker is dan de E19.

In dit verband en in de strijd tegen de geluidsoverlast ondersteunen we de vraag van de districtsraad van Deurne voor een overkapping van de E313. Dit moet in ieder geval in detail onderzocht worden.

4. Een globale analyse van het verlies aan groen en ecosysteemdiensten

Het hoeft geen betoog dat de verbreding van de E13 een enorme natuurschade zal veroorzaken in de buurt van het Rivierenhof in Deurne. De weinig resterende open ruimte en groengebieden in de Antwerpse agglomeratie gaan nu wel echt definitief verloren.

Andere geplande maatregelen zullen het verlies aan natuur- en groenwaarden nog doen toenemen. Denk maar aan de verdere industriële ontwikkelingen op Petroleum-Zuid, de Oosterweelverbinding, het rond punt in Wommelgem, de aanleg van de R11 bis, de tweede spoortoegang tussen Ekeren en Wommelgem.

Deze stedelijke en randstedelijke groen- en natuurwaarden zijn van levensbelang voor de stad en haar inwoners. Gelet op de te verwachten demografische ontwikkeling moeten we de stad en haar omgeving ‘natuur-robuuster’ maken, niet verder afbreken.

Ondertussen beschikken we over voldoende instrumenten om een inschatting te kunnen maken van de waarde en de impact van dit verlies.
Daarvoor verwijzen we naar de TEEB-studie [1] en naar de natuurwaardeberekening van de LNE [2].

5. De volledige schrapping van de ENA transportzone op De Keer

Een vijfde rijvak op de E313 tussen De Keer en de rotonde in Wommelgem zal de mobiliteitsvraag alleen maar nog meer opwekken. Dit is een dossier dat te vergelijken is met Uplace op het vlak van bijkomende mobiliteit, meer vrachtverkeer, verdwijnen van open ruimte en landbouwgronden, ontwrichting van een lokale gemeenschap. Al jaren wordt over deze transportzone gesproken maar nergens is duidelijk aangetoond en bewezen wat het nut ervan is, de meerwaarde, de maatschappelijke en ecologische kost. Een bijkomende en aparte maatschappelijke kosten-baten-analyse (MKBA) moet minstens voor dit project opgemaakt worden. Alternatieven in de haven dienen onderzocht te worden want daar is nog bedrijvengrond beschikbaar. Ook de impact van meer vrachttransport over het Albertkanaal na het verhogen van de bruggen en de verhoging van de capaciteit van de sluis in Wijnegem moeten in de afweging meegenomen worden net zoals de tweede spoorontsluiting en vrachtverkeer via spoor 207 naar de containerterminal in Meerhout. Afweging van die mogelijke alternatieven moeten ons in staat stellen de ENA zone De Keer als totaal overbodig te kwalificeren en dus niet uit te voeren.

6. Een betere integratie van het Livan project van De Lijn

Het Livan project van De Lijn is reeds beslist beleid. We zijn voorstander van deze vorm van randstedelijk openbaar vervoer. We vragen wel dat de integratie van dit project op het vlak van bereikbaarheid en mogelijkheden voor de overstap naar het openbaar vervoer verder onderzocht worden want nu is het nog onduidelijk hoe en vanuit welke richtingen de automobilist deze overstapplaats kan bereikt worden.

Dirk Peeters
Vlaams volksvertegenwoordiger

Brussel, 29 april 2012

PrintFriendlyShare

Reageer