Veilige verwerking GGO-mais lijkt in de praktijk niet haalbaar
De Commissie Landbouw kreeg eind maart in het Vlaams Parlement de primeur. Ze mocht als eerste kennis nemen van het eindrapport dat het instituut voor Landbouw en Visserij Onderzoek (ILVO) opmaakte na de evaluatie van de eerste veldproef met genetisch gemanipuleerde mais (MON 810) in Wetteren.
Deze mais MON 810 is resistent tegen de stengelboorder. Een insect dat tot nu toe nog niet bij ons voorkomt.
De onderzoekers leverden goed werk en hadden aandacht voor zowel de kruisbestuiving door de wind als voor de problemen die kunnen ontstaan door het menselijk handelen bij het planten en het oogsten.
Natuurlijk blijft voorzichtigheid geboden want het gaat maar om de eerste proef op een geïsoleerd veld. De onderzoekers hebben ook bevestigd dat er besmetting gebeurt door windbestuiving maar dat die klein is en binnen de wettelijke beperking van 0,9 % besmetting blijft. Bij het niet grondig reinigen van de zaai – en oogstmachines kan er wel besmetting ontstaan door overdracht van de GGO-mais naar andere conventionele of biologische velden. Er wordt een heel grote netheid en discipline gevraagd van de loonwerkers die de mais verwerken. Die loonwerkers hebben het in het najaar nu al zo druk met de maïsoogst dat ze dag en nacht moeten werken. En de machines reinigen neemt wel wat tijd in beslag. De veilige verwerking van ggo-mais lijkt in de praktijk dan ook niet echt haalbaar. De eindverantwoordelijkheid blijft bovendien bij de landbouwer en die verantwoordelijkheid is groot. Een volgend probleem dat de onderzoekers signaleerden is dat het onderzoek naar besmetting zeer omslachtig is en heel duur.
Reden genoeg dus om de GGO-mais met de grootste omzichtigheid te behandelen en het voorzorgprincipe te blijven hanteren.



Neen aan de plannen van het NIRAS om kernafval in de Kempense kleilagen te dumpen! 



