Vlaanderen controleert lozingen mestverwerkende bedrijven niet
Vlaanderen werkt momenteel aan een nieuw mestactieplan: vanaf 2011 moet we onze nieuwe voorstellen klaar hebben voor Europa. Het is dus heel belangrijk dat we met een goede terreinkennis verbetering voorstellen. Het is bekend dat lozingen van mestverwerking kwalitatief sterk kunnen schommelen. Daarom vraagt Groen! dat dringend maatregelen genomen worden om de monitoring van het oppervlaktewater in de buurt van mestverwerkinginstallaties op punt te stellen. Daarnaast pleiten we ervoor om grote mestverwerkende bedrijven in de toekomst meer onder te brengen op bedrijventerreinen.
Begin dit jaar publiceerde de Europese commissie een rapport over de toepassing van de nitraatrichtlijn. Vlaanderen komt daarin naar voor als één van de regio’s met de hoogste nitraatvervuiling van oppervlakte- en grondwater. Voor een groot deel komt die zware nutriëntendruk vanuit de veeteelt.
Sinds de zomer van 1999 wordt het oppervlaktewater in landbouwgebied door de VMM met specifieke MAP-meetpunten gecontroleerd. In de periode 2000-2003 verbeterde de kwaliteit van het oppervlaktewater jaarlijks. Werd in 2000 in 59% van de MAP-meetpunten de norm voor nitraatconcentratie (maximum 50mg/liter) overschreden, dan was dat in 2003 gedaald tot 32%.
Sinds 2003 gaat het terug de verkeerde kant op. In 2007 steeg het aantal MAP-meetpunten waar de norm overschreden werd terug tot 42%.

Percentage van de MAP-meetplaatsen waar de nitraatconcentratie minstens één maal de 50 mg/liter-drempel overschreed in de periode (bron: VMM)
Vlaanderen heeft zich de voorbije jaren weinig ambitieus getoond om dit probleem ten gronde aan te pakken. In 2006 werd Vlaanderen weliswaar volledig als kwetsbaar watergebied aangeduid, maar een jaar later kreeg Vlaanderen van Europa zijn derogatie en werd het makkelijk om uitzonderingen toe te staan.
Mestoverschotten kunnen ook worden verwerkt in mestverwerkingsinstallaties. Op dit moment zijn 112 vergunde mestverwerkingsinstallaties operationeel. De meeste daarvan (100) liggen in landbouwgebied, 12 worden op een bedrijventerrein uitgebaat. Dat laatste verdient de voorkeur: mestverwerking is immers een industriële activiteit.
Dergelijke activiteiten hebben vaak, bijvoorbeeld door lozingen, een impact op de kwaliteit van het grondwater. Bij de VMM werd door 54 mestverwerkende bedrijven een vergunning aangevraagd om afvalwater van mestverwerking te kunnen lozen, maar de minister weet niet of die bedrijven ook effectief al actief zijn. Het MAP-meetpuntennetwerk is er op dit moment bovendien niet op voorzien om de impact van de lozingen te meten. De minister zegt letterlijk: “Sommige bedrijven zijn wel vergund om te lozen maar doen dit nog niet omdat de zuiveringsinstallatie niet op punt staat. […] Vaak wordt geloosd – of zal geloosd worden – in kleine watersystemen (grachtenstelsels) waar geen routinematige monitoring van de waterkwaliteit plaatsvindt.”
Hieronder vind je het volledige antwoord van minister Schauvliege op mijn vragen over de lozingen van mestverwerkers:
JOKE SCHAUVLIEGE
VLAAMS MINISTER VAN LEEFMILIEU, NATUUR EN CULTUUR
Vraag nr. 369
van 28 mei 2010
van DIRK PEETERS
Mestverwerkingsinstallaties – Lozingen in oppervlaktewater
Mestverwerking is één – en een belangrijke – pijler om te komen tot een beperking van bedreigende mestoverschotten. Tegelijk vormt de eventuele effluentlozing van dergelijke installaties een probleem voor de kwaliteit van ons oppervlaktewater.
Van die effluentlozingen is geweten dat die nog steeds moeilijk beheersbaar zijn en dat er op die manier steeds vervuild en verrijkt (met nutriënten en fosfaten) water wordt geloosd in oppervlaktewateren. Opgelegde metingen en opvolging gebeuren vaak bij wijze van steekproef en steeds na de lozing.
In de commissie van 30 maart gaf de minister in antwoord op mijn vraag om uitleg een beperkt overzicht van de vergunde mestverwerkingen in Vlaanderen (12 op bedrijventerreinen, 97 in agrarisch gebied). Het bleef echter onduidelijk hoeveel installaties precies werden vergund en hoeveel van de vergunde installaties hun effluent lozen in oppervlaktewater.
1. Hoeveel mestverwerkinginstallaties zijn er vergund in Vlaanderen en in welke bestemmingsgebieden zijn die gelegen?
2. Hoeveel van deze vergunde mestverwerkingsintallaties lozen effluent in oppervlaktewater?
3. Kan de minister een overzicht geven van dergelijke effluentlozingen per provincie?
4. Kan de minister een lijst bezorgen, per provincie, van de oppervlaktewateren waarin geloosd wordt?
5. Zijn er van die ontvangende waterlopen meetresultaten bekend betreffende hun waterkwaliteit? Zo ja, kan de minister die bezorgen?
JOKE SCHAUVLIEGE
VLAAMS MINISTER VAN LEEFMILIEU, NATUUR EN CULTUUR
ANTWOORD
op vraag nr. 369 van 28 mei 2010
van DIRK PEETERS
1. Uit de enquête van het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking blijkt dat in 2009 in Vlaanderen 112 vergunde mestverwerkingsinstallaties operationeel waren. Hieronder 97 vaste installaties in agrarisch gebied, 12 vaste installaties op een bedrijventerrein en 3 mobiele toepassingen op het landbouwbedrijf. Bij de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) zijn 89 bedrijven gekend bij wie mestverwerking vergund is onder de Vlarem rubriek 28.3 (inrichtingen waarbij dierlijke mest bewerkt of verwerkt wordt). Er dient opgemerkt te worden dat de VMM geen volledig zicht heeft op alle vergunningen. De VMM houdt immers enkel de data van die bedrijven bij die afvalwater lozen of emissies naar de lucht uitstoten. Bovendien is het zo dat het vergund zijn voor deze Vlarem-rubriek niet noodzakelijk betekent dat hier ook effectief mestverwerking plaatsvindt.
2. Onder de 89 bedrijven die bij VMM gekend zijn, zijn er 54 die vergund zijn voor de lozing van afvalwater afkomstig van de mestverwerking. Ook hierbij dient benadrukt te worden dat het vergund zijn voor de lozing niet altijd wil zeggen dat er ook (reeds) effectief geloosd wordt.
3-4. Een overzicht van de oppervlaktewateren waarin geloosd wordt, opgedeeld per provincie, is weergegeven in de tabel als bijlage.
5. Het meetnet van de VMM is niet gericht op het meten van de impact van de lozingen van mestverwerkers. Het gericht meten van deze impact vergt een onderzoek tot aanpassing van het meetnet. Mestverwerking is een relatief nieuwe bedrijvigheid. Sommige bedrijven zijn wel vergund om te lozen, maar doen dit nog niet omdat de zuiveringsinstallatie niet op punt staat. Andere bedrijven hebben ook een andere activiteit waardoor het moeilijk is om een onderscheid te maken tussen de eventuele verontreiniging afkomstig van de mestverwerking en deze afkomstig van andere bedrijfsactiviteiten. Vaak wordt geloosd of zal geloosd worden in kleine watersystemen (grachtenstelsels) waar geen routinematige monitoring van de waterkwaliteit plaatsvindt.



