Beleidsnota Ruimtelijke Ordening: "kaderdecreet Ruimtelijk Herstel lijkt aangewezen"
Op woensdag 17 maart 2010 werd in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement de Beleidsnota Ruimtelijke Ordening besproken. Elke dag wordt in Vlaanderen een oppervlakte ter grootte van tien voetbalvelden verhard of bebouwd. Dat is niet vol te houden en vraagt om duidelijke keuzes mbt Ruimtelijke Ordening: stop de lintbebouwing, en ontwikkel eerst de bestaande industrieterreinen (er is nog meer dan 15.000 ha beschikbaar) vooraleer nieuwe zones in te kleuren.
Een kaderdecreet Ruimtelijk Herstel lijkt aangewezen. Een visionair ruimtelijk beleid, niet een volgend maar een sturend beleid gebaseerd op duurzaamheid, dat is waar Vlaanderen nu voor moet gaan en waaraan het behoefte heeft.
De heer Dirk Peeters: Voorzitter, minister, collega’s, met zijn dichtste wegennet en met zijn verrommelde platteland heeft Vlaanderen van architect Braem de prijs gekregen voor het lelijkste land ter wereld. Het is natuurlijk een prijs die je moet verdienen, maar die je niet moet willen behouden. Ik denk dat we met een goed ruimtelijkeordeningsbeleid en met een goed erfgoedbeleid een kans hebben om van die prijs af te geraken.
Minister, ik was afwezig tijdens de commissievergadering toen de beleidsnota aan bod kwam, maar ik heb die wel gelezen en ik heb ook het verslag goed gelezen. Ik vind het een heel leesbare beleidsnota met interessante uitgangspunten. Ze speelt in op maatschappelijke veranderingen, op toekomstige evoluties, op de demografische ontwikkeling, op transitie. Ze houdt rekening met klimaatmaatregelen en met duurzame ontwikkeling. In de nota zijn er ook sporen uitgezet voor een beter bestuurlijk beleid dat aandacht heeft voor de lagere bestuursniveaus. Ook wordt er een nieuwe relatie gezien tussen stad en platteland, wat
gelukkig impliceert dat we nog kunnen spreken van een platteland dat we willen behouden.
Er wordt ook gekozen voor continuïteit, vernieuwing en versnelling. Zelfs de versnelling is voor ons geen probleem, als de juiste richting maar wordt gekozen. En als versnellen maar niet betekent dat we ons zullen vergalopperen.Bij die keuzes kan het niet steeds en-en zijn. Een euro kun je maar één keer uitgeven, een vierkante meter kun je ook maar één keer bebouwen. Het gaat dus om keuzes in de of-sfeer.
Minister, hier loopt het mis. Groen! wil versnelling in de uitvoering van het thans lopende structuurplan, in de afbakening van de stedelijke gebieden en in de afbakening van het buitengebied. We willen versnelling in de juiste opvolging, evaluatie en monitoring. U weet dat we geregeld cijfers opvragen van beboste gronden, zonevreemde bossen en beschikbare industriegronden. Vlaanderen kent zijn cijfers niet. Ze zijn ofwel verouderd, ofwel niet opgevolgd, ofwel niet beschikbaar. Of ze worden gewoon niet vrijgegeven. Dat is een
probleem.Op basis daarvan besluiten dat we nog maar eens 7000 hectare bijkomende industriegronden nodig hebben, bijvoorbeeld als ijzeren voorraad, en dat we zelfs op het platteland kmo-zones van meer dan 5 hectare willen toelaten, is een brug te ver. Het staat trouwens haaks op uw eigen principe van verdichting, sanering en activering. Een keuze lijkt hier meer op zijn plaats en baadt weer in een of-sfeer.
We nemen de vragen en adviezen van de jeugd- en sportraad naar oplossingen voor eventuele zonevreemde infrastructuur ernstig. Een planologische oplossing op basis van verweving is hiervoor aangewezen. Meer toegankelijke bossen, een snellere realisatie van de stadsrandbossen en meer speelbossen voor onze jeugd zijn prioriteiten.
We willen versnelling om mitigerende klimaatmaatregelen te kunnen nemen. Denk maar aan de plaatsing van windturbines, aan projecten voor waterberging, aan het voorkomen van verharding en verdichting, aan ruimtelijke maatregelen voor het behoud en het herwinnen van meer biodiversiteit. In de beleidsnota is ook sprake van samenwerkingsmodellen en van partnerschappen. Ook in de commissie Versnelling werd unaniem besloten om inspraak ruim vooraf te organiseren. We hebben dat ook duidelijk ondersteund en we vragen daarom dat het parlement van bij de aanvang wordt betrokken bij de opmaak van het volgende ruimtelijke
structuurplan.Minister, een oppervlakte van tien voetbalvelden wordt nu per dag verhard of bebouwd. Dit is niet vol te houden, willen we Vlaanderen nog een beetje openhouden en niet letterlijk volbouwen. We krijgen nog meer mobiliteitsproblemen, gaan nog meer kampen met dure investeringen in infrastructuur en veroorzaken op termijn onze eigen overstromingen. Als je op dit vlak wil sturen, als je op dit vlak een versnelde verandering wil doorvoeren, als je ook hier echt sterk duurzaam wil heroriënteren, dan vind je bij ons steun.
In die zin stellen we voor dat er in de toekomstige ruimtelijke scenario’s pistes worden uitgezet om de lintbebouwing stop te zetten, om effectief ruimte terug te winnen en om verharding terug te dringen. Een kaderdecreet Ruimtelijk Herstel lijkt aangewezen. Een visionair ruimtelijk beleid, niet een volgend maar een sturend beleid gebaseerd op duurzaamheid, dat is waar Vlaanderen nu voor moet gaan en waaraan het behoefte heeft.Mijnheer de minister, u bent voetballer, de bal ligt op de stip, aan u om te scoren.
(Applaus bij Groen! en van de heer Eric Van Rompuy)
De voorzitter: Minister Muyters heeft het woord.
Minister Philippe Muyters: Ik dank de sprekers voor de vele constructieve bemerkingen. Ik
heb van alle partijen een ondersteuning van bepaalde punten van de beleidsnota gehoord. Ik
besef heel goed dat het een beleidsnota is in de ware zin van het woord, voortbouwend op het
bestaande beleid en een visie gevend voor de toekomst. Nu komt het erop aan die visie uit te
werken in zeer concrete maatregelen.


Neen aan de plannen van het NIRAS om kernafval in de Kempense kleilagen te dumpen! 

